Begin van de Bijbel…

Jezus vertelde dit verhaal…..

 ‘Er was een man die twee zonen had.   Vader, zei de jongste tegen hem, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb. En de vader verdeelde zijn bezit over zijn twee zonen.  Een paar dagen later verzilverde de jongste zoon zijn aandeel en ging op reis naar een ver land. Daar leidde hij een losbandig leven en verkwistte al zijn geld.   Toen hij alles had opgemaakt, brak er in dat land een zware hongersnood uit.   Ook hij begon daaronder te lijden. Toen trok hij eropuit en kreeg na lang aandringen werk bij een van de bewoners van dat gebied. Die stuurde hem zijn land op om varkens te hoeden.   Graag had hij zijn maag gevuld met het voer van de varkens, maar niemand gaf het hem.   Toen kwam hij tot bezinning en dacht: Mijn vader heeft zoveel knechten en die hebben eten in overvloed! En ik kom hier om van de honger.   Ik ga terug naar mijn vader en zal tegen hem zeggen: Vader, wat ik heb gedaan was tegen de wil van de hemel en tegen de uwe.  Ik verdien het niet nog langer uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw knechten.   En hij ging op weg, terug naar zijn vader. Hij was nog ver van huis, toen zijn vader hem al zag. Omdat hij met hem begaan was, liep hij hem snel tegemoet, sloeg zijn armen om hem heen en kuste hem.   Vader, zei de zoon, wat ik heb gedaan was tegen de wil van de hemel en tegen de uwe; ik verdien het niet nog langer uw zoon genoemd te worden.  Maar zijn vader zei tegen zijn knechten: Vlug! Haal het beste gewaad en trek het hem aan; steek een ring aan zijn vinger en doe hem schoenen aan. Haal het mestkalf uit de stal en slacht het. We gaan eten en feestvieren.     Want mijn zoon hier, hij was dood maar hij leeft weer, ik was hem kwijt maar hij is terug. En zij begonnen feest te vieren.  De oudste zoon was op het land. Toen hij terugkeerde en dicht bij huis kwam, hoorde hij muziek en dansen.  Hij riep een van de knechten en vroeg hem wat er aan de hand was.  
Uw broer is terug, antwoordde die, en uw vader heeft het mestkalf laten slachten omdat hij hem weer gezond en wel terug heeft.  De oudste zoon was woedend en wilde niet naar binnen. Zijn vader kwam naar buiten en probeerde hem over te halen.  Maar hij zei tegen zijn vader: Hoeveel jaar dien ik u nu al niet, zonder ooit een van uw bevelen te overtreden? En wat hebt u mij gegeven? Nog geen bokje om eens feest te vieren met mijn vrienden.          Maar nu die zoon van u gekomen is, die met hoeren uw vermogen heeft opgemaakt, slacht u het mestkalf voor hem!   Jongen, antwoordde zijn vader, jij bent altijd bij me en alles wat van mij is, is van jou.   Maar er moet feest zijn, er moet vreugde zijn! Je broer hier, hij was dood maar hij leeft weer, ik was hem kwijt maar hij is terug.’

Uit Het Nieuwe Testament
Bijbelboek Lucas
Hoofdstuk 15 vanaf vers 11
Groot Nieuws Bijbel